De tabaksindustrie
Introductie
Sigaretten lijken zo op het oog eenvoudige producten van gesneden tabak gerold in papier, al dan niet met een filter. Maar het blijkt dat ze zo gemaakt worden dat ze de roker continu nicotine geven.
Daarvoor worden aan tabaksproducten verschillende stoffen toegevoegd. Op de verpakking staan alleen de hoeveelheden teer, nicotine en koolmonoxide vermeld. Maar als de sigaret brandt komen veel (schadelijke) stoffen vrij. Consumenten hebben het recht om te weten wat ze roken. Daarom heeft de Europese Unie richtlijnen opgesteld. Hieronder kunt u meer lezen over deze richtlijnen, de stoffen in tabak en tabaksrook en de effecten ervan en de reactie van de tabaksindustrie op het openbaar maken van de ingrediënten.
.png)
Richtlijnen over tabaksingredienten
De EU wil overheden en consumenten informeren over de mogelijk verslavende en gezondheidsschadende effecten van ingrediënten in tabaksproducten. Dit is onderdeel van een richtlijn (2001/37/EG) die het Europees Parlement en de Raad van de EU op 5 juni 2001 hebben vastgesteld.
Zomer 2011 heeft minister Schippers echter op Kamervragen geantwoord:
"Ik ben niet voornemens de samenstelling van tabaksproducten verder te reguleren, omdat dit niet past in het tabaksontmoedigingsbeleid dat ik voor ogen heb. Bovendien is er op dit moment nog onvoldoende wetenschappelijke informatie beschikbaar over de effectiviteit van dergelijke wetgeving."
In Nederland is de
‘Regeling aanmelding en publicatie tabaksingrediënten 2007’ vanaf 9 september 2007 van kracht. Voor het indienen van de ingrediëntenlijsten is een europees format ontwikkeld. Dit betekent dat tabaksproducenten en -importeurs jaarlijks een lijst moeten indienen bij de minister van VWS. Hierin moeten alle ingrediënten en de hoeveelheden ervan zijn opgenomen, die voor de productie van tabaksproducten worden gebruikt, opgesplitst naar merk en type per eenheid product. Ook moet een verklaring worden toegevoegd waarom de verschillende ingrediënten aan de tabaksproducten worden toegevoegd. En ten slotte moeten de beschikbare toxicologische gegevens worden overlegd. Het RIVM bewaakt dit proces en de gegevens in Nederland.
Zie ook deze pagina van het RIVM.
Additieven
Tabak in sigaretten bestaat veelal uit een mix van twee tabaksbladsoorten: gele ‘lichte’ tabak die ongeveer 2,5-3% nicotine bevat en donkere tabak die 3,5-4% nicotine bevat. Daarnaast worden andere bestanddelen van tabak toegevoegd, die anders afvalproducten zouden zijn.
Sinds 1 januari 2004 mag de rook van een sigaret niet meer dan 10 mg teer, 1 mg nicotine en 10 mg koolmonoxide bevatten. Maar verschillende toegevoegde stoffen maken tabaksproducten plezieriger om te roken. Deze aanvullende stoffen zijn mogelijk onschadelijk op zich, maar in combinatie met andere stoffen, of bij verbranding kunnen ze giftig en zelfs kankerverwekkend zijn. Het is wel vreemd dat stoffen waarvan de (on)schadelijkheid niet bekend is worden gebruikt. Zo blijkt namelijk dat ook het radioactieve en dodelijke Polonium 210 (PO-210) in tabak en tabaksrook aanwezig te zijn. Op de verpakkingen van shag moet het teer- en nicotinegehalte worden vermeld voor een shagje van 750 mg.
Sinds 1 mei 2004 mag een shagje van 750 mg niet meer dan 12mg teer bevatten. Shag die voor 1 mei 2004 is geproduceerd en niet aan dit maximumgehalte voldoet mag worden verkocht tot 1 mei 2005.
De afgifte van nicotine en teer kan ook extra gemodificeerd worden door het type papier. Poreuzer papier laat meer lucht in de sigaret tijdens het roken, en filters koelen de rook af waardoor het makkelijker is om te inhaleren. Filters zijn toegevoegd in de jaren 50 van de vorige eeuw toen de eerste berichten over de schadelijkheid van roken werden gepubliceerd.
Zie ook dit Engelse document over de effecten van additieven in tabak.
Tabakslobby
Vooral in het buitenland is veel bekend over de verschillende manieren waarop de tabaksindustrie invloed probeert uit te oefenen op het beleid. Vanwege de aangescherpte tabakswetten in Westerse landen, zijn de mogelijkheden steeds minder.
In Afrika en andere Derde Wereld landen, zijn nog wel volop mogelijkheden. Daar is of de wetgeving minder strikt, of de landen ontvangen inkomsten uit tabak waardoor ze er minder strikt tegen optreden.
Een documentaire van Duncan Bannatyne legt de strategieen gericht op jeugd van BAT in Afrika bloot. Bekijk hier de documentaire. En bekijk hier de reactie van BAT.
In Nederland bleek uit een NRC artikel van juni 2009 dat de tabakslobby achter de weerstand tegen het rookverbod zit. U kunt dit bericht hier nalezen.
Jongeren
De jeugd is de toekomst. En zien roken doet roken. De industrie heeft er belang bij dat er voldoende nieuwe rokers bijkomen. Alleen op die manier blijft hun afzetmarkt bestaan.
Ook al zijn de marketingmogelijkheden aan banden gelegd, de industrie weet de jeugd wel te bereiken. Of het nu met fancy gekleurde sigaretten is, of door het rookverbod tegen te houden, feit blijft dat er nog steeds bijna evenveel nieuwe rokers bijkomen als dat er rokers stoppen met roken.
Omdat de ervaring van de eerste sigaret vaak belangrijk is voor het blijvend roken of niet, is het voor de industrie belangrijk om die eerste ervaring zo goed mogelijk te laten zijn. Zo maakt het toevoegen van menthol het roken lekkerder. Maar ook zoete smaken en cacao maken het roker lekkerder.
RIVM onderzoek toont aan dat jongeren eerder verslaafd zijn aan roken; hoe eerder een kind begint met roken, hoe groter de kans later verslaafd te zijn.