
Vergelijk het eens met een verwende kleuter. Als de kleuter elke week een cadeautje krijgt, went hij eraan. Als je een keer geen cadeautje geeft, wordt hij boos. Hij gaat zeuren om een nieuw cadeautje. Of erger: keihard huilen, slaan en schoppen.
Als je stopt met roken, gaat je lichaam zeuren om een sigaret. Als je dan een sigaret opsteekt, is je lichaam weer tevreden. Het rotgevoel gaat weer weg. Maar wat gebeurt er als je geen nieuwe sigaret opsteekt? Dan ga je je slechter voelen.
Dat wordt ‘ontwennen’ genoemd. Toen je begon met roken, raakte je lichaam gewend aan roken. Nu je stopt, moet je lichaam ‘ontwennen’. Ontwennen is dus het tegenovergestelde van wennen. Die rotgevoelens als je stopt, worden ontwenningsverschijnselen genoemd.
Veel mensen houden het stoppen niet vol. Dat komt door de ontwenningsverschijnselen. Ze willen zich niet slecht voelen. Maar eigenlijk is dat rotgevoel een goed teken. Want je lichaam maakt zich vrij van de nicotine. Dat rotgevoel gaat wel weer voorbij. Al na 2 of 3 dagen is alle nicotine uit je lichaam. Je lichaam is dan eigenlijk niet meer verslaafd.
Toch zal het wel wat langer duren voordat het gewoon is om niet meer te roken. Een gewoonte leer je niet zo maar af. Bijvoorbeeld als je elke pauze naar buiten gaat voor een sigaret. Je zult het af moeten leren. Hoe langer je rookt, hoe moeilijker het is om te stoppen.
